Een durrepie an de Waol

Uitleg bij de vertaling van ‘Een tochie deur Rezoord langs winkelties en klaaine bedrijfies'

Vertalen van de ene taal naar de andere is altijd een lastig karwei. Als vertaler zit je voortdurend te worstelen hoe je een te vertalen woord of uitdrukking van de ene taal het best kunt zetten in de andere. Wanneer je vertaalt van de ene standaardtaal naar de andere, bijvoorbeeld van Zweeds naar Nederlands, heb je hulpmiddelen die je bij die moeilijke klus kunnen helpen, zoals grammatica’s, woordenboeken of moedertaalsprekers waar je te rade kunt gaan als je zit met een vraag.

Anders wordt het als je gaat vertalen van een standaardtaal naar een dialect, dikwijls heb je wel moedertaalsprekers maar geen goede woordenboeken, geen grammatica’s en bovenal : geen vastgelegde spelling. Je zit dus niet alleen met het probleem hoe je een woord of uitdrukking moet vertalen, je zit dan ook nog eens met het probleem hoe je jouw vertaalde woord moet spellen.

De taal waarin ik deze tekst heb vertaald is het Rezoors, de oorspronkelijke taal van Rijsoord. Als dagelijkse omgangstaal is dit bijzondere dialect nagenoeg verdwenen uit het dorp, maar (nog) niet vergeten. Zelf ben ik een van de allerlaatste, en waarschijnlijk de allerjongste, die nog dagelijks en vloeiend het Rezoors spreekt. Mijn moerstaol heeft geen woordenboek, geen grammatica en géén vastgelegde spelling. Wellicht zullen velen wijzen op Wandelinge deur Resoord een boek, wat dik vijftig jaar geleden verscheen en geheel geschreven is in de Oudrezoorse taal. Hoewel ik sterke bewondering heb voor de man die dit boek geschreven heeft, is de spelling alles behalve toegankelijk en sterk verouderd. In de vele jaren die verstreken zijn nadat het boekie in omloop is gekomen, hebben nauw verwante dialecten als het Hoekschewaers en het Westalblasserwaers heldere en duidelijke spellingsregels opgezet. Vanwege de nauwe verwantschap in klank en grammatica met deze gebieden heb ik deze spelling grotendeels nagevolgd, immers : waarom zou je het wiel opnieuw willen uitvinden ?

Hieronder volgt allereerst een spellingwijzer waarin ik de belangrijkste klanken van het Rezoors benoem en beschrijf, dit wordt gevolgd door een korte bloemlezing uit de Rezoorse grammatica. Het is slechts een korte greep, het is niet de bedoeling dat ik hier een volledige grammaticale beschrijving geef van het Rezoors, dat is iets wat ik graag bewaar voor een volgend project waar het meer op zijn plaats is.

Spellingwijzer :

  1. Ae klinkt als de ai in militair en als de e in het Engelse there. De klank kan soms echter wat opener klinken waardoor de a iets meer domineert en klank wat minder scherp klinkt. Vb : ’s aeves, daer, graeg, waer
  1. Ao klinkt als de a in het Engelse father of wall. Vb : gaon, maon, slaon, staon
  1. Êê klinkt als de ee in het Nederlandse veer. Vb : belnêênt, brêêd, twêê, vrêêselijk
  1. Ôô klinkt als de oo in het Nederlands boor. Vb : brôôd, grôôt, kôôpe, zôô
  1. Ñ is een sterk nasale klank, een n die je door je neus uitspreekt, alsof je heel erg verkouden bent, zoals in het Frans. Vb : bôôñse, êêñs, gááñs, ôôñs
  1. Ar in ouder Rezoors werd de e voor een r uitgesproken als een a, dit verschijnsel raakte al in de vergetelheid voor de oorlog. Vb : arg, harrebarg, kark, wark

Enkele belangrijke grammaticale eigenschappen van het Rijsoords :

  1. Eigennamen worden in het Rezoors verbogen zodra ze niet als onderwerp in een zin staan. Basisregel daarbij is dat een naam die eindigt op een medeklinker een buigings –e krijgen (Janne weuning voor Jan zijn woning) en namen die eindigen op een klinker een –s (Geef ‘t ’s an Maorties voor Geef het eens aan Maartje). Wat absoluut niet kan in het Rezoors is een zin als *Janne gong passies kuiere, dit kan alleen verwoord worden als Jan gong passies kuiere.
  1. In het Rezoors eindigen alle verkleinwoorden op –ie met als bijvormen t(j)ie (bôôñtjie, deurtie, kwartie), -pie (bezempie, bôômpie, gehaaimpie) –kie (paelinkie, keuninkie, weuninkie), -chie (laochie, touwchie, vrouwchie), -echie (blommechie, mannechie, vellechie).
  1. Het oude mannelijke lidwoord d’n komt nog voor in het Rezoors, zo zegt men d’n boer maar de boerin. Dit oude lidwoord voldoet aan de zogenaamde bdht-regel, dit wil zeggen dat d’n voorkomt voor mannelijke woorden die beginnen met een b (d’n baos, d’n boer), een d (d’n dokter, d’n domenee), een h (d’n harrest, d’n hond) en een t (d’n tuin). Thans duikt d’n ook op voor woorden die met een klinker beginnen : d’n aevend, d’n oorlog.
  1. Bijvoegelijke naamwoorden die een mannelijk woord van de bdht-regel vooraf gaan, worden verbogen met een –n : een mooien aevund, d’n nieuwen domenee, een braoven hond, enz
  1. Het Rezoors is niet vies van voegwoordvervoeging : dadde we (dat we), offe ze (of ze), azze we (als we). Dit verschijnsel blijft niet beperkt tot voegwoorden maar komt ook voor bij bijwoorden en sommige werkwoorden : toene me (toen we), wat doene ze ? (wat doen ze). Opmerkelijk zijn verder nog vormen als an ze (als ze), omdan ze (omdat ze) en mon ze (moeten ze), hen ze/henne ze (hebben ze).

Tot slot wil ik nog zeggen dat vertalen altijd kiezen is. Ook ik stond met het vertalen van deze tekst voor keuzes. Ik heb deze tekst zo dicht mogelijk vertaald naar mijn eigen dagelijkse spreektaal, waar ik twijfelde heb ik terug gegrepen naar Wandelinge deur Resoord. Wellicht dat ik niet altijd de juiste keuze heb gemaakt en misschien zijn er zelfs ook fouten in mijn vertaling geslopen. Mocht er tijdens het lezen commentaar oprijzen dan hoef ie je schraet niet te houwe.

drs. Stephan de Vos